De Argonne

daslook

Op nauwelijks 300 km van Brussel bevindt zich een streek die bij Belgische en Nederlandse natuurliefhebbers goed gekend is: de Argonne. Het gebied sluit enigszins aan bij onze Ardennen, en behoort administratief tot de ‘region’ Grand Est en drie departementen: Marne, Meuse, en Ardennes.

Grand_Est_in_France_2016.svg

 

carte-territoires-acal_1

drie departementen

Voor de eigenheid van deze streek moeten we ten rade bij de geologie.
In de eigenlijke Argonne bepaalt de ‘Gaize’ de ondergrond. Ondanks zijn bleke kleur is de Gaize niet kalkrijk maar eerder zuur. Deze Argonne vormt een dichtbeboste, noord-zuid georiënteerde heuvelrug, zowat 80 km lang en 30 km breed met ten noorden Vouzier en uitlopend tot Beaulieu-Passavant. Op meerdere plaatsen (Passavant, Châtrices, Beaulieu…) is deze laag zichtbaar. Planten zoals Struikheide en Brem illustreren het zuur karakter van de ondergrond.

gaize

Ten westen van de eigenlijke Argonne ligt een ander onderdeel van wat geologen het Bekken van Parijs noemen: de Champagne crayeuse met krijt in de ondergrond. De Champagne is een uitgestrekt landbouwgebied. Vroeger kwam hier de ‘savart’ voor, met het uitzicht van een steppe. Het toegepaste landbouwsysteem vertoonde gelijkenissen met de heidegebieden in de Kempen of de velden in West- en Oost-Vlaanderen. Met de industrialisatie en opkomst van de steenkool werd heel dit gebied beplant met naaldbomen die met de opkomst van de kunstmest zelf weer plaats moesten ruimen voor de landbouw. Hier en daar vindt men nog de restanten van de kalkflora van toen met uiteraard de orchideeën, Wildemanskruid, Wondklaver… Bekend zijn Contault, Bussy, Manre…

de Champagne

Ten oosten van de Argonne ligt de Barrois met hardere kalksteen in de ondergrond. Ook hier uitgestrekte akkers met graan, koolzaad… en beperkte restanten van de kalkflora. Hier voelt ook de Grauwe kiekendief zich thuis.

Ten zuiden van het Argonne bos zorgt klei voor een gebied waarin het bos wordt afgewisseld met weiden en grote vijvers: de Champagne humide. Hier liggen de vijvers van Belval, Brauzes, Morinval…

étang de Cheminel

Nog verder naar het zuiden ligt het ‘Lac du Der’, dat Europese faam geniet voor zijn duizenden Kraanvogels die er in de lente en herfst pleisteren.
De geologie zorgt ervoor dat je op een afstand van nog geen dertig kilometer een enorm verschil in biotopen krijgt en je dus veel verschillende soorten kan te zien krijgen.

De Argonne is een dun bevolkte streek met een aantal stemmige dorpjes in een typische bouwstijl.

Enkele bekendere steden bevinden zich buiten het gebied: ten westen, in de Champagne, is dit Reims, ten noorden Charleville (Ardennes) en ten oosten Verdun (Meuse), bekend van wat er zich in de eerste wereldoorlog afspeelde. Op veel plaatsen zijn de loopgraven trouwens nog prominent aanwezig, naast de vele duizenden kruisen op de soldatenkerkhoven.

Romagne

De Argonne is vooral bekend door zijn vogelrijkdom: de roofvogels, zoals de Zwarte wouw, de soorten van het gesloten landschap met Sleedoorn en Meidoorn, zoals de Grauwe klauwier en (vroeger althans) de Hop, en de moerasvogels die rond de vijvers voorkomen zoals de Roerdomp. Verder geniet het gebied naam en faam voor zijn relatief gemakkelijk observeerbaar wild (Vos, Everzwijn, Ree, Wilde kat,…) en haar insecten- en plantenrijkdom.

Het feit dat men er, op vrij korte afstand, een fauna en flora aantreft die ook in Vlaanderen zo’n 50 tot 100 jaar geleden aanwezig was, verleent de streek een ‘magisch-realistische’ aantrekkelijkheid voor de hedendaagse natuurliefhebbers. Deze concentratie aan gegarandeerde en relatief spectaculaire ‘inheemse’ natuur staat borg voor een geslaagd – al dan niet verlengd – weekend.

Ook bij wandelaars is het gebied in trek (Grande Randonnée) en in de talrijke gîtes komen ook veel Fransen hun vakantie doorbrengen. Het gaat daarbij vaak om een terugkerend publiek, dat geboeid raakt door de sfeer van de streek en er daarom graag iets meer zou over te weten komen.

De streek heeft een ongemeen boeiend verleden, waarbij het landschap vaak wijzigde. Het is maar de vraag of er, voor een dergelijk historisch gegroeid landschap met bijbehorende natuur, nog wel plaats is in het moderne Europa van de 21° eeuw.

Pages: 1 2